(advertenties)
cannabis hersenen

De invloed van cannabis op de hersenen is een veelbesproken onderwerp. Jarenlang werd aangenomen dat regelmatig gebruik niet zo goed was voor ons brein. Nu er met dank aan legalisering hier en daar echter meer onderzoek gedaan wordt, blijkt steeds vaker het tegendeel. Maar hoe zit het nou écht met de invloed van wiet op die grijze massa in je bovenkamer? 

De relatie tussen wiet en de hersenen is interessant. En het in kaart brengen van de verschillende manieren waarop cannabis ons brein beïnvloedt is ingewikkeld. Eigenlijk zijn we nog maar net begonnen met ontrafelen, en daarbij zijn nu al verbazingwekkend veel tegenstrijdigheden ontdekt.

Aan de ene kant zijn er bijvoorbeeld veel berichten over schade aan cognitieve functies, en dan met name het kortetermijngeheugen. Aan de andere kant horen we dat cannabis juist een neuroprotectieve werking heeft en mogelijk zelfs het ontstaan van neurodegeneratieve ziektes zoals Alzheimer kan voorkomen. Hoe zit het nou?

Vanwaar zoveel tegenstrijdigheden?

Cannabis is een bijzondere maar ingewikkelde plant, die bestaat uit honderden werkzame bestanddelen. Twee van de meest prominent aanwezige bestanddelen – THC en CBD – hebben op uiteenlopende manieren invloed op ons brein. Om dit goed te begrijpen moet je snappen hoe het endocannabinoïden-systeem (ECS) werkt.

Het ECS is een systeem dat bestaat uit een groep cannabinoïden-receptoren die zich bevinden in de hersenen en allerlei organen. Deze receptoren kan je zien als een soort ontvangertjes die reageren op lichaamseigen cannabinoïden. Die reactie zet vervolgens allerlei processen in gang die bijdragen aan onze gezondheid. Zo speelt het systeem onder meer een bepalende rol in de regulatie van onze stemming, het geheugen, de stofwisseling, pijnsensatie en eetlust. Het primaire doel van het ECS is het behouden van een balans in ons lichaam. 

Wetenschappers hebben twee cannabinoïden-receptoren geïdentificeerd: de CB1- en CB2-receptor. Die receptoren reageren ook op plantaardige cannabinoïden in cannabis. CB1-receptoren bevinden zich voornamelijk in de hersenen en het zenuwstelsel, maar ook in andere organen en bindweefsels. CB1 is bovendien de receptor waar THC uit cannabis zich aan hecht. Hierdoor kan het psychoactieve effect van cannabis optreden. Ofwel de high.

CB2-receptoren worden voornamelijk aangetroffen in organen. Ze zijn verantwoordelijk voor de ontstekingsremmende effecten van cannabis. Ontstekingen spelen een belangrijke rol bij veel ziektes. De CB2-receptor maakt onderdeel uit van het immuunsysteem en gaat ontstekingen tegen. Cannabis bevat ruim 100 verschillende cannabinoïden die een interactie aangaan met CB-receptoren. Maar de twee bekendste cannabinoïden zijn THC en CBD.

Alle bestanddelen in de cannabisplant beïnvloeden elkaar dus eigenlijk. Dit is waarom de werking van wiet zo tegenstrijdig kan zijn, en waarom het tegen zoveel verschillende aandoeningen helpt.

Het entourage-effect en de enorme hoeveelheid cannabinoïden zorgt voor veel verschillende uitwerkingen. [Shutterstock/Wollertz]

Bifasisch effect

De effecten van cannabis (en dus ook THC) variëren per persoon en zijn sterk afhankelijk van de soort,  de manier waarop iemand het gebruikt en de dosering. Het is belangrijk om te melden dat cannabinoïden (met name THC), net als veel andere bestanddelen een ‘bifasisch effect’ hebben. Dit betekent dat lage en hoge doseringen tegengestelde effecten kunnen hebben bij de gebruiker.

Dit is gedeeltelijk de reden waarom veel mensen zich ontspannen na een kleine dosis cannabis, maar ook waangedachten kunnen krijgen als ze een te grote hoeveelheid tot zich nemen. De meeste mediwiet-deskundigen adviseren patiënten daarom te beginnen met een lage dosering en de dosis geleidelijk te verhogen. Dit ophogen doe je dan langzaam en op je eigen gevoel.

Therapeutisch

Een andere reden om stil te staan bij het bifasische effect, is vanwege de therapeutische werking van cannabis. Om een optimale therapeutische werking te ervaren, komt het met de dosering heel nauw. Een heel klein beetje te veel THC kan de uitwerking dusdanig beïnvloeden, dat die doorslaat naar de andere kant. Iemand kan in sommige gevallen dan ook meer klachten ervaren, in plaats van minder.

Neem bijvoorbeeld chronische pijn. De meeste onderzoeken naar cannabis en chronische pijn melden dat patiënten verlichting vinden bij een lage tot matige dosering, maar dat de pijnklachten verergeren wanneer de dosering te hoog is.

Ook de verhouding aan CBD/THC en bepaalde aromatische stoffen, die enorm verschillen per cannabissoort, beïnvloeden het effect. Het is dus belangrijk om je te verdiepen in de soort cannabis om een aandoening mee te verlichten of bestrijden. Gelukkig kan je op internet over zo ongeveer iedere wietsoort, veel informatie vinden.

Hetzelfde geldt voor recreatieve gebruikers: de ene soort kan ervoor zorgen dat iemand zich slaperig of zelfs angstig voelt, terwijl een andere soort een ontspannen en gelukzalig gevoel geeft. Ieder mens heeft een andere lichaamschemie, dus hoe iemand reageert op cannabis kan enorm variëren. Lees je bijvoorbeeld in over de verschillen tussen indica en sativa.

Weinig vs. veel cannabis

Bij een lage tot matige dosering (verschilt per persoon):

  • Verbetert cannabis de stemming
  • Ervaart men gevoelens van euforie en ontspanning
  • Wordt de nachtrust bevorderd
  • Neemt creativiteit toe
  • Ervaar je minder pijn
  • Neemt misselijkheid af
  • Wordt een gezonde eetlust gestimuleerd

Bij een suboptimale dosering (te hoge doseringen):

  • Kunnen milde tot matige hallucinaties ontstaan
  • Kan men tijdelijk waangedachten krijgen
  • Kan iemand angstig worden
  • Ontstaat er mogelijk desoriëntatie
  • Kan pijn verergeren
[Openingsfoto: Shutterstock/Jeremy Pawlowski, Sudowoodo]
(advertenties)