(advertenties)
(advertenties)

Nu we steeds meer leren over de samenstelling van wiet, blijkt dat classificeren op basis van indica en sativa medicinaal gezien niet zoveel zegt. Onderscheiden op slechts twee karakteristieken is namelijk te kort door de bocht. Hoe kan het beter? Dat zochten we uit.

Indica, sativa en hybride zijn drie termen die je een beeld geven over de werking van wiet. Bij een indica-wietsoort weet je dat de effecten zich met name in het lichaam afspelen. Sativa-wietsoorten geven vooral effecten in het hoofd. Hybriden vertegenwoordigen een bepaalde balans tussen die twee.

Deze termen worden al decennialang gebruikt om de effecten van wiet te beschrijven. Maar is dat terecht? Zijn deze classificaties wel nauwkeurig? En – misschien nog belangrijker – kunnen ze worden gebruikt om de medicinale verwachting te voorspellen?


LEES OOK:


Honderden werkzame stoffen

Nee, zeggen steeds meer mensen. Dat komt omdat we de laatste jaren meer leren over de hoeveelheid werkzame bestanddelen in wiet. Iedereen kent THC, maar er zijn nog ruim honderd andere werkzame bestanddelen zoals CBD en THCV. Die noemen we cannabinoïden.

Al deze bestanddelen bij elkaar levert een palet op met honderden werkzame stoffen.

Daar blijft het niet bij. We weten inmiddels ook veel meer over terpenen; de aromatische stoffen in wiet. En dan zijn er ook nog flavonoïden die bijdragen aan de smaak en kleur. Al deze bestanddelen bij elkaar levert een palet met honderden werkzame stoffen.

Bovendien leert de wetenschap steeds meer over het zogenaamde ‘entourage effect’. Dit effect beschrijft de synergetische werking van wiet; alle bestanddelen werken met elkaar samen om een krachtiger, medicinaal effect te bewerkstelligen.

Deze kennis maakt dat classificaties als indica-, sativa- en hybride over hun houdbaarheidsdatum geraken. Hoe dat precies zit én wat ze vervangt lees je verderop. Laten we eerst eens kijken waar indica en sativa vandaan komen.

De wortels van Indica en Sativa

Aan de bladeren is onder andere te zien of een wietplant indica of sativa dominante genen heeft.

 

Rond 1785 classificeerde de Franse bioloog Jean-Baptiste Lamarck twee variëteiten van de plant die we nu kennen als wiet of cannabis. Dit waren, je raadt het al, Cannabis Sativa en Cannabis Indica. Lamarcks beschrijvingen van sativa weerspiegelen een lichter gekleurd, puntig gevormd blad en een langere plant. De soort geïdentificeerd als indica betreft een kortere, struikachtige plant met bredere, donker gekleurde bladeren.

Tegenwoordig zijn de meeste mensen in de cannabisindustrie het erover eens dat deze twee categorieën niet bijzonder nuttig zijn. Na decennia lang kruisen zijn er ook niet echt meer pure indica’s of pure sativa’s. De 18e-eeuwse plantclassificaties waren ook nog eens volledig gebaseerd op uiterlijk. Niet op genetica of het effect op de consument.

In die tijd bestonden ook geen strenge laboratoriumtests. Er is weliswaar een aan zekerheid grenzend vermoeden dat planten uit die tijd veel lagere THC-niveaus hadden dan nu. Maar de situatie met terpenen en flavonoïden? Daar valt weinig over te zeggen.

Als we een plant indica, sativa of hybride noemen op basis van lengte, bladvorm of vermoedelijke genetica, heeft dat weinig tot geen correlatie met de (medicinale) werking op mensen.

Met andere woorden, als we een plant indica, sativa of hybride noemen op basis van lengte, bladvorm of vermoedelijke genetica, heeft dat weinig tot geen correlatie met de (medicinale) werking op mensen.

Waar moeten we dan op letten?

Als indica en sativa geen betrouwbare categorieën zijn, waar moeten we dan op letten? Met de huidige kennis en technische mogelijkheden komen we dan vooral uit bij cannabinoïden en terpenen.

Cannabinoïden-profiel

De bekendste twee cannabinoïden zijn THC en CBD. Deze komen doorgaans ook het meeste voor in de plant. De laatste jaren is onderzoek naar deze cannabinoïden enorm toegenomen. Hierdoor zeggen THC- en CBD-gehaltes best veel over de mogelijke werking van een wietsoort.

THC zorgt vanaf een bepaalde dosis voor de psychoactieve eigenschappen van de plant. Ook heeft dit bestanddeel talloze medische toepassingen. Van het bestrijden van misselijkheid, het stimuleren van eetlust tot het behandelen van PTSS, pijn en slapeloosheid aan toe. De niet-psychoactieve cannabinoïde CBD wordt onder andere gebruikt voor verlichting van epileptische aanvallen, verminderen van angst en het remmen van ontstekingen. Bovendien kan CBD het psychoactieve effect van CBD temperen.


MEER LEZEN:


Voor medicinale doeleinden selecteren op basis van THC en CBD is logischer dan op basis van indica en sativa. Als je weet hoeveel procent THC en/of CBD je cannabisproduct bevat, kan je beter inschatten wat het effect is.

Omdat het wereldwijde cannabisverbod nu langzaam maar zeker afbrokkelt, neemt onderzoek naar wiet toe. De wetenschap loopt 80 jaar achter, maar gelukkig is een inhaalslag gaande en leren we steeds meer over andere cannabinoïden zoals THCV, CBG en CBN. De komende tijd gaan we zien of en hoe deze bestanddelen worden toegepast.

Terpenen-profiel

Een aantal terpenen in wiet komt ook in andere bloemen en planten voor. [Shutterstock/Yarygin]

Wanneer je de geur van verse of goed bewaarde wiet ruikt, ervaar je het bloemige, fruitige of zelfs kruidige karakter van de plant. Dit komt door terpenen in wiet. Deze stoffen zijn er om bestuivers aan te trekken en roofdieren af ​​te schrikken. Een natuurlijk mechanisme dat bijdraagt aan voorplanting en bescherming.

De zes meest voorkomende terpenen in cannabis zijn mycreen, limoneen, pineen, terpineol, linalool en caryofylleen. Ze hebben elk verschillende kenmerken die invloed uitoefenen op hoe iemand een wietsoort ervaart. Dat geldt voor de recreatieve consument, maar zeker voor medicinaal. Terpenen beïnvloeden namelijk op een synergetische manieren de werking van cannabinoïden; het eerder genoemde entourage-effect.

Verschillende terpenen kunnen het high-effect beïnvloeden in de richting van een meer ontspannen toon. Dit is in feite de verwachting van consumenten die een indica-wietsoort nemen. Terpenen kunnen ook de energieke toon van een soort benadrukken, hetgeen mensen verwachten van een sativa.

Wietsoorten die veel myrceen of linalool bevatten dragen bijvoorbeeld bij aan een betere nachtrust. Limoneen en beta-caryfolleen bevorderen de pijnstillende werking van wiet. Limoneen gaat ook depressies tegen. Pineen is een terpeen met bronchodilatatie en ontstekingsremmende effecten.

Zoals je ziet zijn het dus de terpenen die allerlei effecten benadrukken. Niet de afkomst van de plant of zijn vorm en uiterlijk.

Kiezen op basis van terpenen en cannabinoïden

Gelet op de talloze combinaties van cannabinoïden en terpenen kan het ontmoedigend lijken om de juiste wietsoort te vinden. Gelukkig zijn meerdere partijen bezig om deze puzzel inzichtelijk te maken.

Een van die partijen is SC Labs uit de VS. Dit bedrijf gelooft dat terpeen-analyse leidt tot een beter vermogen om cannabis te begrijpen en effecten te meten. SC Labs heeft zo’n 90.000 wiet-samples geanalyseerd. Door middel van algoritmen hebben zij al die gegevens gesorteerd en geanalyseerd. Dit leidde tot een nieuw classificatiesysteem dat gebruikmaakt van visuele beelden om de cannabinoïden- en terpenen-inhoud weer te geven. Doel: mensen helpen een wietsoort te vinden dat het beste aansluit bij hun behoeften.

Uiteindelijk heeft het bedrijf 98 procent van de geanalyseerde monsters onderverdeeld in 12 categorieën met relatief uniforme effecten. Dit maakt het dus redelijk eenvoudig om wietsoorten te selecteren voor medicinale doeleinden.

Hierbij merken we op dat inzicht in het cannabinoïden- en terpenenprofiel niet zaligmakend is. De werking van wiet hangt ook in grote mate af van het endocannabinoïden-systeem. Dit is het mechanisme in ons lichaam waar de werkzame bestanddelen in wiet mee samenwerken. Zaken als tolerantie, metabolisme en levensstijl spelen hierbij een rol. Of anders gezegd: ieder mens is anders dus ieder mens reageert anders.


LEES OOK:


Zijn namen van wietsoorten betrouwbaar?

Diverse wietsoorten hebben door verschillende samenstellingen in cannabinoïden en terpenen zeer uiteenlopende effecten. [Foto: shutterstock/Roxana Gonzalez]

Mogelijk. Maar vanwege de lange geschiedenis van kruisen zonder toegang tot laboratoriumanalyses, is er veel ‘vervuiling’. Hiermee doelen we op het feit dat dezelfde wietsoort afkomstig van twee verschillende aanbieders twee enorm uiteenlopende planten kan opleveren.

Dat gezegd hebbende, lijkt er meer consistentie te zitten bij verschillende telers en leveranciers dan verwacht. Maar er 100 procent op vertrouwen kan helaas (nog) niet.

Een betere etikettering met uitgebreide informatie over de aanwezige cannabinoïden en terpenen zou een betere stap voorwaarts zijn. Ook eenvoudige terpeen-testen kunnen helpen om de werking van een wietsoort inzichtelijk te maken.

Wat misschien nog het beste helpt is als consumenten om dergelijke informatie gaan vragen. De klant is koning. Op zo’n informatiebehoefte zal de industrie moeten reageren.

Conclusie

We maken grote sprongen vooruit als het gaat om kennis over cannabis. Termen als indica en sativa bestaan al heel lang. Dat verander je niet zomaar. Bovendien zijn het sterk gewortelde marketingtermen die een gemiddelde cannabisconsument voldoende zeggen.

Op medicinaal gebied staat ons een hele interessante tijd te wachten. Het is lastig inschatten lang echte verbeteringen op zich laten wachten. Zeker is dat patiënten in de toekomst veel gerichter mediwiet kunnen selecteren op basis van cannabinoïden- en terpenen-profielen.


GERELATEERD ARTIKEL:


[Openingsfoto: Shutterstock/ElRoi]
(advertenties)