(advertenties)
(advertenties)

Een onderzoek met muizen heeft aangetoond dat CBGA en nog twee andere cannabinoïden (CBDVA en CBGVA) een grote rol kunnen spelen bij het verminderen van de epileptische aanvallen die mensen met het syndroom van Dravet doormaken. CBGA – volgens de wetenschap wordt de cannabinoïde CBG gezien als de ‘moeder van alle cannabinoïden’ – heeft wat dit betreft een betere uitwerking dan CBD. 

Rauwe cannabinoïden effectief tegen epilepsie

Wetenschappers aan de Universiteit van Sydney hebben ontdekt dat drie zeldzame cannabinoïden een grote rol kunnen spelen bij het reduceren van epileptische aanvallen bij het syndroom van Dravet, een ernstige vorm van kinderepilepsie.

Het is voor het eerst dat een studie meldt dat drie cannabinoïden-zuren zo’n grote rol kunnen spelen bij epilepsie. Met name CBGA – cannabigerolzuur ofwel de rauwe, niet-gedecarboxyleerde vorm van CBG – was in staat de aanvallen bij muizen met Dravet te laten afnemen.

Verder spelen ook CBDVA (cannabidivariniczuur) en CBGVA (cannabigerovarinezuur) een grote rol. Ook die hebben grote invloed op de effectiviteit van op cannabis gebaseerde epilepsie medicijnen bij kinderen. Alle drie zijn ze stuk voor stuk potentieel anti-convulsief. CBGA bleek van de drie het meest effectief te zijn.

LEES OOKCBG, de mysterieuze ‘moeder-cannabinoïde’ in cannabis

Reguliere medicijnen falen waar wiet wel werkt

“Vanaf het begin van de negentiende eeuw werden cannabisextracten in de westerse geneeskunde gebruikt om aanvallen te behandelen, maar het cannabisverbod stond de vooruitgang van de wetenschap in de weg. Nu kunnen we onderzoeken hoe de verbindingen in deze plant kunnen worden aangepast voor moderne therapeutische behandelingen”, stelt universitair hoofddocent Jonathon Arnold van het Lambert Initiative for Cannabinoid Therapeutics en de Sydney Pharmacy School. Hun studie is onlangs gepubliceerd in het British Journal of Pharmacology.

De Australische onderzoekers wijzen erop dat cannabis al duizenden jaren wordt gebruikt om epilepsie te behandelen, en dat CBD is goedgekeurd als medicijn bij het syndroom van Dravet. Verder onderzoeken en tot betere behandelmethodes komen, is van groot belang vindt de universiteit.

“Met frequente aanvallen en vertragingen in de cognitieve en motorische ontwikkeling, is het syndroom van Dravet vaak niet ontvankelijk voor conventionele therapieën die bedoeld zijn om de aanvalscontrole te verbeteren.”

De bevindingen van de Australiërs in een illustratie samengevat…

Nieuwe behandelmethode syndroom van Dravet

De missie voor het team van het Lambert Initiative for Cannabinoid Therapeutics is simpel: ontwikkel een betere op cannabis gebaseerde behandeling voor het syndroom van Dravet; een hardnekkige vorm van epilepsie bij kinderen.

In 2015 hebben Barry en Joy Lambert een forse donatie gedaan aan de Universiteit van Sydney, om het wetenschappelijk onderzoek naar medicinale cannabis vooruit te helpen. Katelyn, de kleindochter van Barry en Joy lijdt aan het syndroom van Dravet.

Na het gebruik van cannabisolie kregen Barry en Joy hun kleindochter terug. In plaats van bang te zijn voor constante aanvallen, hadden ze de hoop dat hun kleindochter een relatief normaal  leven zou kunnen leiden. Het was alsof het meisje eindelijk rust kreeg in haar hoofd en ze maakte hierdoor weer een echt wakkere indruk. Tegenwoordig geniet Katelyn echt van haar leven, zo zegt Michael Lambert, de vader van Katelyn.

LEES OOKCannabis-researchcentrum VS dankzij Australische filantropen

Hoge dosis kan averechts werken

Tijdens het recente Australische onderzoek werd systematisch getest welke van de verschillende bestanddelen uit cannabis in staat waren om de aanvallen – veroorzaakt door Dravet – te verminderen. De onderzoekers begonnen met het afzonderlijk testen van de verbindingen en vonden verschillende cannabinoïden met anti-convulsieve effecten. Deze studie beschrijft de anti-convulsieve effecten van de drie zeldzamere cannabinoïden.

Lyndsey Anderson – de hoofdauteur van de studie – geeft wel aan dat een hogere doses CBGA ook juist pro-convulsieve effecten kan hebben op andere soorten aanvallen, wat weer een beperking van dit cannabis bestanddeel oplevert.

Het entourage-effect

En dat brengt ons bij het entourage-effect; oftewel de samenwerking tussen verschillende cannabinoïden en terpenen uit de cannabisplant. Uit anekdotisch bewijs is gebleken dat mensen met epilepsie het meeste baat hebben bij het gebruik van een full-spectrum olie. Zo zag ook de familie Lamberts een significante daling van het aantal aanvallen wanneer hun (klein)dochter een cannabis-extract kreeg dat bestond uit meerdere cannabinoïden en terpenen.

Bij diverse aandoeningen zijn mensen inmiddels overtuigd van de krachtigere werking van een cannabisproduct wanneer er meer terpenen en andere verbindingen in verwerkt zitten.

De beroemde en vorig jaar overleden Harvard professor Dr. Lester Grinspoon beweerde ook al dat wanneer men het volledige effect van cannabis wil benutten er meer nodig is dan THC of CBD. THC zou moeten worden ingenomen met CBD en andere fytochemicaliën om effectiever te zijn. Elke chemische stof los gebruiken kan volgens hem niet de uitwerking hebben zoals de natuur dat bedoeld heeft. Ook zou het een Ensemble-effect moeten heten, niet een Entourage-effect, aldus de professor.

Wat verwachten de Australische onderzoekers?

Terug naar Australië. Cannabinoïden-zuren, ofwel de rauwe vormen waarin cannabinoïden in cannabis voorkomen, worden in de plant gebiosynthetiseerd en zitten logischerwijs in de cannabisextracten die worden ingezet bij het behandelen van kinderen met Dravet.

Deze niet-gereguleerde, ambachtelijke cannabismedicijnen bevatten ook CBD en andere fytocannabinoïden. Deze wetenschap zette de Australiërs aan het denken over de mogelijk anti-convulsieve werking van andere cannabinoïden dan CBD.

Cannabinoïden-zuren zijn overvloedig aanwezig in cannabis, maar krijgen veel minder wetenschappelijke aandacht dan bijvoorbeeld THC en CBD. Eigenlijk begint de onderzoekswereld pas net hun therapeutisch potentieel te begrijpen.

Ze hebben bij dit onderzoek de cannabinoïden(-zuren) één voor één beoordeeld, en nu onderzoeken ze wat er gebeurt als je ze allemaal weer bij elkaar zet. De verwachting dat deze individuele cannabinoïden beter werken wanneer ze samengevoegd worden, is zonder meer realistisch te noemen…

[openingsbeeld:  Fabio Berti/Shutterstock]
(advertenties)