(advertenties)
(advertenties)

Het stokpaardje van mensen die tegen wiet zijn: je wordt er dom van. Deze aanname is al jaren een voedingsbron voor het stoner-stereotype; de domme blower, de loser. Gelukkig zijn veel stigma’s weggevallen. Hoe zit dat met wiet en je IQ?

Tast wiet je intelligentie aan? Nee. En gelukkig hebben we tegenwoordig wetenschappers die daar onderzoek naar doen en het bevestigen. Wil jij medicinale wiet gebruiken maar vrees je negatieve effecten op je IQ? Deze tweelingstudie rekent middels sterke bewijzen af met dit oude idee.


LEES OOK:


Veelvoorkomende fout

Het idee dat cannabis cognitief functioneren verstoort, komt niet helemaal uit de lucht vallen. Er is een wetenschappelijke basis. Dit onderzoek uit 2012 concludeert dat cannabisgebruik tijdens adolescentie is gelinkt aan een lagere IQ en slechtere cognitieve functies in het latere leven.

De studie volgde deelnemers van 13 tot 38 jaar, interviewde en testte ze op IQ, uitvoerend functioneren en gebruikspatronen van wiet. Degenen die tijdens de adolescentie cannabis gebruikten zagen hun cognitieve scores later dalen. De deelnemers die de meeste wiet gebruikten zagen een grotere daling in hun IQ.

Maar zoals wel vaker gebeurt in de wetenschap lijdt deze conclusie aan een veelvoorkomende fout: verwarring tussen correlatie en causaal verband.

Het is logisch dat de onderzoekers hieruit concludeerden dat wiet neurotoxische effecten moet hebben op het brein van adolescenten. “Wiet veroorzaakt cognitieve achteruitgang als je wiet op jonge leeftijd gebruikt”, zo nam men aan. Andere studies begonnen het resultaat te repliceren en de wetenschappelijke gemeenschap ging het verhaal herhalen. Al snel was het de standaard: cannabisgebruik veroorzaakt cognitieve achteruitgang – vooral bij tieners.

Maar zoals wel vaker gebeurt in de wetenschap lijdt deze conclusie aan een veelvoorkomende fout: verwarring tussen correlatie en causaal verband.

Wietgebruik is een gevolg, geen oorzaak

Steeds meer studies tonen juist voordelen van wiet op het functioneren van ons brein. [Foto: shutterstock/Beatriz Gascon J]

Het bewijs dat wietgebruik tot cognitieve achteruitgang leidt is weliswaar sterk. Toch zet een studie uit 2019 met identieke tweelingen hele grote vraagtekens bij de methodologie van de 2012-studie. De tweelingenstudie concludeert dat het ongegronde veronderstellingen zijn over de invloed van wiet op het IQ.

Het nieuwe onderzoek suggereert bovendien dat cannabisgebruik helemaal geen cognitieve achteruitgang veroorzaakt. In plaats daarvan ontdekten ze dat het ligt aan genetische en omgevingsfactoren die leiden tot verlaagde IQ-scores. Bovendien zijn het juist deze factoren die leiden tot een verhoogde kans om wiet te gebruiken. Wietgebruik is dus een gevolg, geen oorzaak.

Hoe kan het dat deze twee studies zulke verschillende resultaten opleverden? Dat heeft vooral te maken met de verschillende onderzoeksmethodes.

Hoewel de studie uit 2012 duidelijk een verband toont tussen cannabisgebruik als tiener en lagere IQ-scores als jonge volwassene, kan het niet aantonen of wiet daadwerkelijk veranderingen in het IQ veroorzaakt.

In plaats daarvan laat de 2012-studie de mogelijkheid open dat iets anders dan wiet zowel de IQ-veranderingen veroorzaakt, als de kans verhoogt om wiet te gaan gebruiken. Denk aan factoren zoals een lagere sociaaleconomische status, genetische factoren, tabaksgebruik en natuurlijk zaken als pijn zijn valide factoren. Die houden namelijk verband met zowel cannabisgebruik als verlaagde cognitieve scores. Het is dus te kort door de bocht om wiet als schuldige aan te wijzen.

Het tweelingonderzoek van 2019 had gelukkig een beter ontwerp om naar dit onderwerp te kijken: tweelingen.  Voor we dieper ingaan op de uitkomst van deze studie, kijken we eerst kort naar wat een tweelingstudie eigenlijk is.


LEES OOK:


Wat is een tweelingstudie?

Tweelingstudies worden uitgevoerd op identieke of twee-eiige tweelingen. Ze zijn bedoeld om causale relaties te onderzoeken aan de hand van omgevings- en genetische invloeden. Tweelingonderzoek wordt beschouwd als een belangrijk hulpmiddel in gedragsgenetica, van biologie tot psychologie. Deze studies worden ingezet om eigenschappen te traceren die variëren van persoonlijk gedrag tot de presentatie van ernstige mentale ziektes zoals schizofrenie.

Tweelingen zijn een waardevolle bron voor observatie omdat ze de invloed van omgeving en verschillende genetische samenstellingen tonen. Tweelingen delen in wezen 100% van hun genen, wat betekent dat de meeste verschillen tussen tweelingen (zoals lengte, intelligentie, gevoeldigheid depressie, etc.) zijn te wijten aan ervaringen die de ene tweeling heeft, maar de andere niet.

Bovendien delen tweelingen hun omgeving met elkaar terwijl ze precies even oud zijn. Dat begint al in de baarmoeder en gaat door in opvoedingsstijl, opleiding, welvaart, cultuur, etc.

Onthouden van wiet beschermt IQ niet

De ‘Olsen twins’; misschien wel de bekendste identieke tweeling ter wereld. Zij delen 100% van hun genen. [Shutterstock/Everett Collection]

Het tweelingenonderzoek uit 2019 werd geleid door Jessica Megan Ross van de University of Colorado Boulder. Het onderzoek keek onder meer naar cognitie en het IQ in relatie tot wietgebruik. Het team van Ross bekeek dit van adolescentie tot vroege volwassenheid en gebruikte daarbij 428 tweelingen. Door identieke tweelingen te volgen waarbij de broers of zussen verschilden in cannabisgebruik, konden Ross en haar team zien of cannabisgebruik daadwerkelijk veranderingen veroorzaakt.

Als wiet namelijk neurotoxische effecten heeft op het brein van tieners – zoals voorgesteld door de auteurs van de 2012-studie – kan het al dan niet gebruiken van wiet bij een tweeling dit aantonen. In plaats daarvan ontdekten ze dat veranderingen in het IQ gelijk bleven. Oók als een van de twee identieke broers of zussen wiet gebruikte.

“Onze studie weerlegt de resultaten van andere studies die suggereren dat cannabisgebruik wordt geassocieerd met een slechtere cognitieve functie”

“Onze studie weerlegt de resultaten van andere studies die suggereren dat cannabisgebruik wordt geassocieerd met een slechtere cognitieve functie”, legt Ross uit. “Onze studie vond in eerste instantie significante associaties tussen cannabisgebruik en fenotypische cognitie. Maar toen we gingen controleren op genetica, gedeelde omgevingsfactoren en het gebruik van andere middelen, verdwenen deze significante associaties.”

Kortom, onthouding van wiet bood geen bescherming tegen cognitieve veranderingen. Dit wijst op een andere factor (waarschijnlijk de gedeelde genetische of omgevingsfactoren) als oorzaak van zowel cannabisgebruik als cognitieve achteruitgang. Het oude verhaal dat cannabis je dom maakt is hiermee volledig ontkracht. Het meer accurate verhaal is dat sommige genetische en omgevingsfactoren die cognitie beïnvloeden, ook de kans op cannabisgebruik kunnen vergroten.

Beperkingen

Net als de meeste studies had ook deze zijn beperkingen. Denk aan een gebrekkig aantal deelnemers en weinig deelnemers die veel wiet gebruikten. “Een belangrijk vervolgonderzoek zou zijn om deze bevindingen te repliceren in een steekproef van tweelingen met zware consumenten”, suggereert Ross. “Over het algemeen is er nog veel dat we niet weten over de positieve en negatieve effecten van cannabis. Meer onderzoek is hard nodig om verschillende resultaten met betrekking tot cannabisgebruik te begrijpen.”

Daar heeft Ross groot gelijk in. Er is nog zoveel te leren over cannabis en hoe het ons op de lange termijn beïnvloedt. Maar de oude bewering dat wiet je dom maakt, wordt niet langer wetenschappelijk ondersteund.

Dus wil jij wiet medicinaal gebruiken, maar vreesde je eventuele negatieve effecten op je IQ. Niet nodig!

[Openingsfoto: Shutterstock/Olivier Le Moal]
(advertenties)