(advertenties)
Alweer zo’n half jaar geleden startte Hope als wietzaadje haar levensavontuur. In tien delen hield ze ons op de hoogte van haar ontwikkelingen en die van haar zussen; en groeide ze uit tot een oogstrijpe wietplant. In dit verlate slotverslag wordt er geoogst en gewogen en vooruit gekeken naar een nieuw begin.

Het einde of een nieuw begin?

24 oktober 2017 – Het lijkt al zo lang geleden dat we als zaadje door de brievenbus vielen en de verwachting werd uitgesproken dat we wellicht ooit eens zouden opgroeien tot een mooie, grote, heilzame plant; maar feitelijk gezien is dat nog geen 6 maanden terug.

Zes maanden waarin we van zaailing zijn opgegroeid tot een mooie, statige plant. Zes maanden waarin we onze krachten tot het laatst hebben bewaard om ze uiteindelijk na de groei volop in de toppen te stoppen. Zes maanden waarin we best veel hebben meegemaakt. Van omgestoten potten, tot harde wind, een relatieve rotzomer waarin er meer regen dan zonnestralen waren en vooral zes maanden waarin we vertroeteld, verzorgd, toegesproken, verpot en verplaatst zijn.

Helaas kon onze verzorger mijn memoires de laatste tijd door persoonlijke omstandigheden niet op papier zetten voor me; en mijzelf lukte het ongeacht mijn bladeren met vele vingers ook niet. Ondanks de sores is hij wel voor ons blijven zorgen en heeft hij nu even alles aan de kant gezet om het laatste hoofdstuk uit ons leven als plant te verwoorden.

De harde natuur

Afgezien van alle goede zorgen, de dagelijkse inspectie en het uitklopwerk na een regenbui om de toppen zo droog mogelijk te krijgen, werd er af en toe een klein stukje toprot gevonden en direct ruim uitgesneden. Ook bij twijfel werd er niet over nagedacht en werd een stuk plant verwijderd.

Voor slakken waren we klaarblijkelijk onweerstaanbaar en zodra ze gezien werden, kregen ze allemaal een enkeltje bij Snail-Air richting het zuiden. De gele bladeren hebben geen afbreuk gedaan aan de kwaliteit en kwantiteit van mij en mijn zussen. Er was dus geen reden tot zorg, klaarblijkelijk is zoiets gewoon natuurlijk en was er geen reden tot paniek.

Wietolie en tinctuur met knipafval

In de nadagen van ons leven werden we ontdaan van alle bladeren en dit ‘knipafval’ werd netjes gedroogd en fijngehakt om vervolgens voor de helft in de olie te verdwijnen voor een tinctuur en de andere helft werd kort gespoeld in de alcohol om wietolie van te maken. Uiteraard zaten hier ook de suikerblaadjes bij, de mini topjes en alles wat er tijdens het bijknippen nog meer afgevallen was.

Deze toppen worden nog even bewaard, gezien het knipafval voorlopig genoeg olie opbrengt.

 

De pasta is vervolgens 1:2 verdund met hennepzaadolie en de koude bereiding staat nog te wachten tot het tijd is om gefilterd te worden. De opbrengst is 150 ml pasta+olie (50 ml. Pasta, 100 ml olie) en de rest staat in 1 liter olie, wordt dagelijks geschud en het bladmateriaal wordt om de week ververst.

Hope was drukker met haar verhaal dan het groeien lijkt, want zij bracht met 138 gram aanzienlijk minder op dan de rest

Nadat de planten 3 weken te drogen hingen aan een droogrek en een net, in een donkere ruimte waar het tussen de 23 en 25 graden was, zijn de takken en de toppen van elkaar gescheiden. De opbrengst viel in zijn geheel niet tegen, zeker niet voor een eerste kweek en als je in je achterhoofd houdt dat de verzorger het zelfs voor elkaar krijgt om onkruid dood te laten gaan, is dit een geweldig resultaat.

De oogst

Hope heeft waarschijnlijk net iets meer energie gestoken in het vertellen van haar verhaal dan in haar groeiproces,  want qua opbrengst is ze stijf onderaan geëindigd. Uiteindelijk zal de gehele opbrengst (nou ja, het merendeel ervan) verdwijnen in de olie om zo voor de mensen om me heen een werkend medicijn te hebben, waar de reguliere geneeskunde faalt of tekort schiet. Voor de statistici onder ons, hierbij het laatste overzicht:

Ergens is het heel triest als je zo goed voor mijn zussen en mij zorgt, dat er een dag komt dat je moet besluiten ons om te zagen en ondersteboven te drogen te hangen. We wisten dat dit ons lot zou zijn, daarvan heeft hij nooit een geheim gemaakt, maar toch is het pijnlijk als je je zussen stuk voor stuk ziet verdwijnen. Ook voor hem zal het niet leuk geweest zijn. Elke dag een tijdje met ons bezig zijn is ook een rustpunt in het hectische leven van een mensenkind. De mooie groene muur van blad is verdwenen en al wat rest is slechts een trieste aanblik van wat kale stammen in specie-kuipen en de herinneringen aan de vijf gezusters.

Hope op verbetering

Ik wil jullie bedanken voor het lezen van mijn verhalen en ‘hope’ dat het iemand heeft aangezet om ook het medicinale heft in eigen handen te nemen, om voor zichzelf en allen die men lief heeft iets achter de hand te hebben wanneer de reguliere geneeskunde roept dat je uitbehandeld bent; of ze je willen volproppen met medicijnen waarvan de bijwerkingen erger zijn dan de kwaal zelf.

Ik kijk uit naar de dag dat het kweken en vervaardigen van je eigen medicatie niet meer verboden is, de vrienden van de politie bij je aan de deur komen om je complimenten te geven over je vijf mooie planten en het gedoogbeleid eindelijk eens naar Madam Tussaud verplaats wordt, waar het een ereplaats krijgt tussen de wassen neuzen. Hope en haar zussen zijn niet meer, al zal hun nalatenschap veel goeds doen.

Volgend jaar weer een nieuwe ronde met ongetwijfeld andere zussen en andere verhalen. Het ga jullie allen goed!

(advertenties)