(advertenties)
(advertenties)

Het ‘OMA-project’… Zo noemt medicinaal cannabispatiënt en activist Marjon Fisher uit Schagen haar bijzondere avontuur dat ze aanging met moeders en oma’s in haar omgeving. Voor het eerst van hun leven gingen de dames namelijk zelf een wietplant kweken, voor medicinaal gebruik uiteraard. Het eerste bijzondere verslag van een heel bijzonder Nederlands project.

Mooi voorbeeld van de participatie-samenleving

In een dorpje in Noord-Holland startte vorig voorjaar heimelijk een klein project. Een project waarbij moeders en oma’s de kweek van cannabis, en het maken van olie voor dorpsgenoten en bekenden op zich namen.

Een bijzonder staaltje ‘participatie-samenleving’, waar men in Den Haag trots op zou mogen zijn. En waar vanwege succes ongetwijfeld een vervolg op komt. Want: “Als de overheid en gezondheidszorg tekortschiet, gaan wij gewoon samen kweken, samen delen.”

Vlak voor het uitbreken van de coronapandemie werd me gevraagd een lezing te geven bij één van de afdelingen van de ‘Vrouwen van Nu’, oftewel de voormalig ‘plattelandsvrouwen’. Een groep van ongeveer veertig dames van middelbare leeftijd luisterde de hele avond aandachtig naar het verhaal over de geschiedenis van de plant, en het verbod. Over de potentie, en de werking op het endocannabinoïden-systeem.

Gezamenlijk project voor debuterende thuistelers

Het enthousiast krijgen van de dames was één ding. Want met de leeftijd ontstonden ook de kwalen. En met een bevolking waarbij het merendeel een chronische aandoening heeft, kende iedereen wel iemand die baat bij de plant zou kunnen hebben.

Maar wat daar vervolgens mee te doen? Ik was namelijk niet van plan om hen allemaal van olie te gaan voorzien. Wat ik wél kon doen, was hen gaan begeleiden in het proces om te kweken. En desgewenst helpen om olie te maken.

En gezien het feit dat de overheid nog steeds volhard in het vervolgen van vreedzame thuistelers, was ook dát een goede reden om dan maar gezamenlijk de risico’s te dragen. “Ze kunnen moeilijk het hele dorp oppakken”, zei één van de dames treffend.

Twintig dames gaan aan de slag met autoflowers

Twintig inwoners meldde zich uiteindelijk voor een zakje met enkele zaden (gratis beschikbaar gesteld door Mediwietsite): auto-flowers van verschillende soorten. Zodat ze een gemakkelijke, niet al te grote plant kregen, met een zo groot mogelijke kans van slagen.

Zoals iedereen weet, kun je het ontzettend ingewikkeld maken. Maar het moest uiteraard niet afschrikken. Ze kregen daarbij een ‘handleiding’ met ‘tips and tricks’. En vervolgens werd er een app-groep aangemaakt, waarin het proces werd bijgehouden. Gezien het feit dat vrijwel iedereen onbekend was met cannabis, kon men zonder schroom alle twijfels en vragen stellen.

Foto’s werden gedeeld, en bij twijfel fietste men bij elkaar langs om even te overleggen. Cannabis verbindt, zegt medicinaal cannabisactivist Bart Hissink. En zo is dat.

Onzekere start

Veel van de dames hadden de mogelijkheid om buiten vrij te groeien. Maar de eerste zorgen ontstonden al bij het ontkiemen: ongeveer de helft van de zaden kwam – tot grote frustratie – niet uit. Bij sommige mensen betrof het dan ook álle zaden, ook al waren het verschillende soorten. Dat riep de vraag op of er behalve kwaliteit van de zaden en de eventueel verkeerd uitgevoerde ontkiem methode, ook andere factoren een rol zouden kunnen hebben gespeeld. De hardheid van het water? Warmte? Zonlicht?

Een van de tips die ik kreeg, betrof kweken op basis van de maanstand. Een bio-dynamische manier van verbouwen die in 1963 door Maria Thun in kaart is gebracht, maar ongetwijfeld zo oud als de mensheid is. De aantrekkingskracht van de maan op vocht zou invloed hebben op ontkiemen, wortelen en groeien. En kan ook gebruikt worden bij het timen van stekken, bemesten of oogsten.

En zou uiteindelijk ook de opbrengst optimaliseren. Zo zou het ontkiemen van zaden bij een groeiende maan (45 tot 90 graden) beter gaan. Maar of het uiteindelijk verschil had gemaakt? Nederwiet-expert Cees Hendriks oordeelde dat het slecht een “magie verhaaltje was voor hippies”. “Het stuurhormoon (gibberellic-Acid), wat getriggerd wordt door impulsen als licht, warmte etc, en vervolgens weer commando’s verstuurt, heeft toch écht schijt aan de maan!” vertelde hij.

Dit jaar zullen we maar eens gaan kijken of Maria óf Cees gelijkt heeft.

Experimenteren en leren

Eén van de mensen die meedeed, had ruim 25 jaar in Burkina Faso gewerkt. En had daar leren groenten verbouwen via een soort van ‘Eb en vloed’ principe. In een aaneengesloten rij speciekuipen in de achtertuin werden verschillende groottes grind in de bakken gedaan. Ieder uur, één kwartier, pompte water terug uit een opvangbak, totdat de bakken weer tot de rand gevuld waren, en het weer langzaam zakte. Op deze manier was slechts 5 procent van normaal waterverbruik nodig.

Kippenmest was tot op heden voldoende geweest om groenten te groeien. Ernstige vervuiling van het nieuwe grind gooide waarschijnlijk roet in het eten, of de kippenmest was niet voldoende, maar de plantjes werden helaas niet groter dan 15 cm. Daarnaast poogde iemand de planten te boosten met ‘piramide-water’ uit Bosnië. Toeval of niet, haar oogst was het grootst. Ware het niet dat toprot al had toegeslagen…

Uiteindelijk stonden er bij het merendeel van de dames bescheiden plantjes te bloeien in de tuin. Sommigen oogsten ook verbazing van de kleinkinderen. Anderen vonden het nog wel een beetje spannend. Maar geen van de dames had enigszins hinder ondervonden, door het stigma of door de stankoverlast, tijdens het groeien.

En het enige politiebezoekje dat had plaatsgevonden was bij een van de dames die niét had willen kweken. Zij had namelijk de Keizerskroon (lelie) in de voortuin, en was vanwege de gelijkende geur anoniem aangegeven bij de politie!

Wordt binnenkort vervolgd

Marjon Fisher

(advertenties)