(advertenties)
(advertenties)

Ga je voor het eerst wiet kweken, dan moet je weten dat er een aantal dingen zijn die je vooral WEL, en vooral NIET moet doen. Je kunt dit soort do’s en don’ts natuurlijk door vallen en opstaan zelf ondervinden, maar handiger is om deze 10 tips over wiet kweken ter harte te nemen.

Wel doen: inlezen

Gefeliciteerd want hiermee ben je op dit moment al bezig! Je eigen medicinale wietplanten kweken is niet moeilijk maar er komt toch best wel wat bij kijken. Begin dus niet helemaal onwetend aan je eerste kweekavontuur maar verzamel eerst de nodige theoretische kweekkennis, zoals bijvoorbeeld op onze zustersite CNNBS.nl. Zorg dat je weet wat een wietplant binnen of buiten nodig heeft, en maak een plan voordat je dat eerste zaadje in de grond stopt, het zal je kans op succes aanzienlijk vergroten.

Niet doen: opscheppen

Hoe groot je wietplanten ook zijn en hoe trots je ook bent wanneer je geurige en glinsterende wiettoppen hebt groeien, hou jezelf een beetje in en ga niet opscheppen. Cannabisplanten zijn gewild door vriend en vijand dus hoe minder mensen ervan weten dat je er een paar hebt staan, hoe beter het is. Voor je het weet wordt je tuin leeggeroofd door een wietdief met of zonder blauwe pet.

Alle gewenste en ongewenste eigenschappen liggen vast in de wietzaadjes, dus kies die zorgvuldig. Foto: Canna Obscura, Shutterstock

Wel doen: goede wietzaadjes kopen

Alle eigenschappen die je in een wietplant zoekt, liggen opgeslagen in de genetica. Het DNA van je wietplanten bevat het bouwplan voor je wiet. Wil je een speciaal medicinaal effect, kies dan een wietsoort die bekend staat om dat effect. Wil je wiet met een hoog CBD gehalte, kies dan een soort met veel CBD. Afijn je snapt het: ga zorgvuldig genetica shoppen voor je begint, en bedenk welke eigenschappen je belangrijk vindt. Koop zaden alleen bij betrouwbare zadenbedrijven en gebruik geen zaadjes die je toevallig uit een topje hebt gepulkt. Let er bij stekken goed op dat ze gezond ogen en geen last hebben van meeliftende beestjes.

Niet doen: wietplanten verwaarlozen

Wietplanten zijn net mensen, ze houden van aandacht. Spendeer daarom iedere dag wat tijd met je wietplanten door. Je zult het hierdoor snel opmerken wanneer er iets niet helemaal in de haak is, en kan daardoor meteen ingrijpen. Kijk naar je planten en praat desnoods even met ze. De aandacht die je ze geeft heeft een goede invloed op de gezondheid van je planten. En op jezelf, want tuinieren is een therapeutische en gezonde groene hobby.

Hoe meer licht je planten krijgen, hoe meer je zult oogsten. Foto: Eric Limon, Shutterstock

Wel doen: veel licht geven

Voor planten is licht alles. Waar mensen en dieren vooral met eten bezig zijn, zijn planten voornamelijk op zoek naar licht. Zie licht als de voeding van je plant en meststoffen als noodzakelijke vitaminen. Hoe meer licht je een wietplant geeft, hoe beter ze het heeft en hoe meer opbrengst je uiteindelijk hebt. Zoek buiten dus een mooie zonnige plaats en regel binnen een puike kweeklamp. Je merkt het snel genoeg als je plant te weinig licht krijgt want dan gaat die ernaar op zoek. De plant zal zich gaan strekken en een dunne hoge plant worden die gemakkelijk om kan vallen. De ruimte tussen de takken (internodes) moet lekker klein blijven en dat regel je met voldoende licht.

Niet doen: te veel water geven

Voorop gesteld dat het nooit een goed idee is om iets of iemand te veel water te geven, moet je weten dat cannabisplanten niet erg dol zijn op natte voeten. Let vooral goed op wanneer je met aarde kweekt want dat houdt vocht heel goed vast. Wortels hebben water én zuurstof nodig en als het te nat wordt in de grond, hebben ze geen toegang meer tot dat laatste en kunnen ze verstikken. Til wietplanten dagelijks even op, zodat je een goed gevoel krijgt voor het gewicht van een droge en natte pot met aarde. Je kunt ook aan de bladeren zien of ze te nat of te droog staan. Wanneer bladeren fier omhoog gericht staan hebben ze het goed, wanneer ze als een klauw omlaag krullen staan ze waarschijnlijk te nat. En als ze slap hangen staan je wietplanten uit te drogen.

Wel doen: biologische ongediertebestrijding

Gif spuiten laat je maar aan commerciële tuinbouwbedrijven over. Medicinale wiet kweek je voor eigen gezondheid en als medicijn, en dat doe je natuurlijk zonder gifstoffen. Probeer plagen en ongedierte te voorkomen door schoon te werken en je schoenen uit te doen voor je een kweekkast of –tent betreed. Hou huisdieren uit de buurt van wietplanten en gebruik biologische middelen wanneer je toch last van een plaag krijgt. Er zijn diverse methoden om op een biologische manier van beestjes af te komen.

Niet doen: te veel voeding

Meststoffen zoals stikstof, fosfor en kalium hebben wietplanten nodig om te kunnen groeien en gezond te blijven. Toch begaan beginnende kwekers vaak de fout om te veel meststoffen te geven. Doe dat niet, maar laat in plaats daarvan de plant vertellen waar ze behoefte aan heeft. Geef in de groeifase een lichte (halve) dosis groeivoeding en begin pas als de voeding uit de aarde opgebruikt is. In de bloeifase stap je over naar bloeivoeding. Je merkt het snel wanneer er een tekort is want dan zie je de onderste bladeren lichter kleuren. Te veel voeding is te herkennen aan de bladpuntjes, die kleuren ook lichter of verdorren zelfs. Een buitenplant in de volle grond hoef je eigenlijk helemaal niet bij te voeden; de wortels gaan gewoon op zoek naar meststoffen door dieper en verder te groeien.

Wanneer het aangenaam aanvoelt in je kweekruimte, is het voor wietplanten vaak ook aangenaam.

Wel doen: een aangenaam klimaat

Naast voldoende licht en niet te veel water en meststoffen, houden wietplanten ook van een aangename temperatuur en een licht briesje. Net als jij wanneer je op het strand ligt te zonnen. Ga je kweekruimte in en voel. Is het er aangenaam of sta je te zweten als een otter? Als jij het lekker vindt aanvoelen is de kans groot dat je wietplanten er ook happy zijn. Het moet in ieder geval een graad of 23 tot 28 zijn wanneer de lampen aan staan, en de temperatuur mag niet meer dan 10 graden zakken als de lampen uit zijn. Een licht briesje boven de planten van een ventilator, zorgt voor de aanvoer van CO2 uit de lucht. Een afzuiger ververst continue de lucht in de kweekruimte. Buiten laat je het over aan de weergoden.

Niet doen: haastig oogsten

Na zo’n 8 tot 9 weken bloeien is je wiet dan eindelijk klaar voor de oogst. Maar voor het zover is moet je de grond nog even goed doorspoelen met water zodat de plant de laatste twee weken de kans krijgt om alleen schoon water te drinken. Oogst niet te vroeg maar pas wanneer de trichomen voor het grootste deel melkachtig van kleur zijn. Je kunt ze bekijken met een kleine microscoop. Na het oogsten laat je de wiet goed en langzaam drogen.

Hoe langzamer het droogt hoe beter, gebruik dus geen hulpmiddelen zoals ovens of kachels om het proces te versnellen. Droog in het donker; het zou zo’n twee weken moeten duren. Als een tak knakt wanneer je hem buigt is de wiet droog genoeg om te laten rijpen. Dat rijpen noem je ook wel curen en is gewoon een kwestie van de wiet in glazen potten in het donker bewaren. Zet je pot tijdens de eerste twee weken van het curen dagelijks even een kwartiertje open zodat overtollig vocht kan ontsnappen.

[Openingsbeeld: Constantin Stanciu, picturepartners, Shutterstock]