(advertenties)
(advertenties)

Was alles maar zo makkelijk als het kweken van je eigen mediwiet. Wietplanten groeien graag en snel, en produceren hun medicinale cannabis met alle liefde. Er zijn eigenlijk ook maar 8 factoren bepalend voor hun gezondheid en daarmee jouw oogst. Als je deze 8 factoren in balans weet te houden hou je ook je wietplanten groen en gezond. 

Wie denkt dat ie met een krachtige kweeklamp alleen al een grote oogst kweekt, die heeft het mis. Licht is namelijk wel één maar zeker niet de enige bepalende factor voor gezonde wietplanten. Wat die andere factoren zijn, dat zetten we in dit kweekbericht voor je op een rijtje.

Factor 1: Licht

Van alle factoren die van invloed zijn op medicinale wietplanten, is licht wellicht het meest bepalend voor de kwaliteit en de kwantiteit van je oogst. Dat komt voornamelijk omdat wietplanten lichtenergie gebruiken om hun eigen voeding (glucose) te maken. Tot een zekere hoogte kun je dan ook zeggen dat hoe meer licht een wietplant krijgt, hoe zwaarder de opbrengst kan worden.

Toch is het niet alleen een kwestie van een dikke kweeklamp ophangen, want de overige factoren moeten in balans zijn mét het licht. Hoeveel licht je geeft bepaalt namelijk ook hoeveel water wietplanten drinken, wat de voedingsbehoefte is en de behoefte aan lucht. Je zou je kweeklamp in die zin ook kunnen vergelijken met een motor: hoe groter de motor, hoe meer snelheid maar het bepaalt ook het benzine- of stroomverbruik.

Licht is de eerste en belangrijkste factor bij de binnenteelt. Foto: content_creator, Shutterstock

Factor 2: Temperatuur

De temperatuur in een kweekruimte heeft ook zijn invloed op de gezondheid en de groei van wietplanten. In tegenstelling tot licht is de ideale temperatuur echter een vast gegeven. Het heeft dus niet veel zin om je kweekruimte warmer te stoken dan wenselijk is, maar de temperatuur moet wel binnen bepaalde waarden blijven. Overdag is dat tussen de 21 en 27 graden, waarbij het in de donkere uren liefst niet meer dan 10 graden afkoelt.

Hou de temperatuur klimaat tijdens de gehele kweek op peil. Foto: faboi, Shutterstock

Factor 3: Luchtvochtigheid

Na de temperatuur bespreken we de luchtvochtigheid en dat is niet voor niets. De luchtvochtigheid staat namelijk altijd in relatie met de temperatuur, aangezien warme lucht meer vocht kan vasthouden dan koude lucht. Staar je echter niet al te blind op de luchtvochtigheid want die is moeilijk te beïnvloeden zonder professionele apparatuur. Als de lucht in de winter buiten droger is, dan zal dat ook invloed hebben op de luchtvochtigheid in een kweekkast. Hetzelfde geld voor vochtige lucht in de zomer. Streef in ieder geval naar de volgende waarden maar maak je geen zorgen als het eens niet lukt: 70 tot 80% voor stekken, 40 tot 70% in de groeifase en 20 tot 40% voor wietplanten in de bloeifase.

De luchtvochtigheid staat altijd in relatie tot de temperatuur. Foto: Phoric, Shutterstock

Factor 4: Luchtcirculatie

In de natuur worden cannabisplanten ook blootgesteld aan wind, en dat dien je binnen dus ook te verzorgen. De wind zet de stammen en takken van wietplanten in beweging, waardoor die steviger worden. Daarnaast brengt de luchtcirculatie verse lucht (en dus CO2) bij de bladeren.

Luchtcirculatie verzorg je in een kweekruimte binnen, met één of meer (zwenk)ventilators. In kleine hobbymatige kweekruimtes kun je doorgaans met één fan volstaan, liefst een zwenkventilator die constant van richting verandert. Soms is er echter geen ruimte voor een zwenkende ventilator, en moet een kleine clipfan volstaan.

Richt een ventilator niet vol op je planten of hun medicinale toppen, maar net boven het bladerdek. Op deze manier worden de takken wel in beweging gezet maar drogen ze niet uit door het briesje. Tevens blaast de wind dan ook de warmte onder je kweeklamp weg.

Zet de lucht en wietplanten in beweging met een ventilator.

Factor 5: Water

We vervolgen onze lijst met bepalende kweekfactoren onder de grond, waar we beginnen met water. Iedereen weet dat planten water nodig hebben maar heel vaak gaat het hiermee toch mis. Voor water geldt namelijk dat zowel te veel als te weinig water wietplanten schade aandoet. Althans, als die op aarde groeien. Aarde neemt namelijk zó veel water op, dat het de wortels verstikt als je te veel geeft.

Het is trouwens niet het wateroverschot waar wietplanten last van krijgen als ze te nat staan, maar een gebrek aan zuurstof bij de wortels. Kweek je op aarde, let dan dus op dat je niet te veel water geeft. De aarde moet vochtig zijn maar niet drijfnat. Een handige tip is om de bovenste laag van 2 tot 3 centimeter tussen twee waterbeurten steeds te laten opdrogen. Dit kun je voelen met je vinger. Door je potten regelmatig op te tillen, ontwikkel je daarnaast een goed gevoel voor het gewicht van natte of droge aarde.

Kijk tot slot ook goed naar de bladeren van wietplanten. Een plant die te nat staat, zal haar bladeren altijd omlaag laten krullen. De bladeren voelen daarbij wel stevig aan, en hangen dus niet slap zoals bij droogte. Hoeveel water een wietplant nodig heeft, hangt wederom samen met de temperatuur,  de lichthoeveelheid en het formaat of stadium waarin de wietplant zich bevindt.

Te veel water geven is nog steeds één van de meest gemaakte beginnersfouten. Foto: SEASTOCK, Shutterstock

Factor 6: Voeding

Voeding is eigenlijk een verwarrend woord voor de meststoffen die wietplanten nodig hebben. Het impliceert namelijk dat je een plant sneller kunt laten groeien met meer voeding. Dat is niet waar, maar de voeding moet wel in verhouding staan tot de fase en het formaat van je wietplanten. Ook hier geldt: hoe meer licht en warmte, hoe meer water en voeding wietplanten aan kunnen. Tegen beginnende mediwietkwekers zouden we willen zeggen: hou het bij een basis groei- en bloeivoeding en voed spaarzaam.

De kleur van de bladeren van je wietplanten vertelt je ook veel over de voedingsbehoefte. Zie je dat bladeren lichter van kleur worden, en zit je niet in de laatste weken van de bloeifase, dan hebben je wietplanten waarschijnlijk wat meer voeding nodig. Te veel plantenvoeding kun je ook aan de bladeren zien. Bladpunten zullen dan verdorren en uitdrogen. Duurt het overschot te lang, dan kunnen de bladeren helemaal verdrogen.

Te veel plantenvoeding en bladpunten verdorren; bewaar de balans!

Factor 7: Worteltemperatuur

Ook onder de grond bevinden zich de wortels. En die houden niet van te lage temperaturen. Doorgaans zit het bij een kweek op aarde binnenshuis, wel goed met de worteltemperatuur, en zal die waarschijnlijk nooit te hoog of te laag oplopen.

Staan je potten echter op een koude keldervloer of buiten in de zon, dan kan de temperatuur bij de wortels wel voor problemen zorgen. Kou zal de groeisnelheid remmen en in een te hete plantenpot kunnen wortels verbranden/uitdrogen. Plaats je planten in het geval van een koude vloer op een kleine verhoging, of een isolerende laag piepschuim. Worden potten heel heet door de zon, kalk/verf ze dan wit aan de buitenkant.

Voor hydrokwekers is de watertemperatuur belangrijk, en helemaal als je in een zogeheten DWC systeem kweekt waarbij de wortels in het water zelf groeien. Te warm water kan namelijk niet goed zuurstof vasthouden, en werkt schimmelproblemen (wortelrot) in de hand. Te koud water remt de groei. De temperatuur van het water zou in zulke systemen ongeveer 21 graden moeten zijn, maar niet kouder dan 18 graden en niet warmer dan 23 graden. Een kleine aquariumverwarmer kan het water gemakkelijk warm genoeg houden maar om water te koelen is vaak professionele (lees: dure) apparatuur nodig.

Wietwortels hebben het niet graag koud. Foto: Lifestyle discover, Shutterstock

Factor 8: Zuurstof

De laatste maar zeer belangrijke kweekfactor voor wietplanten is zuurstof. We hadden het er al even over bij de worteltemperatuur, maar het zijn de wortels van wietplanten die zuurstof nodig hebben. Het is daarom ook belangrijk om een luchtig aardemengsel te gebruiken als je op aarde gaat kweken, en niet te veel water geeft. Sommige andere mediums zoals kokosvezels, kleikorrels en steenwol zijn zo luchtig, dat te veel water niet zo snel een probleem wordt. Daar staat tegenover dat je dan wel vaker dient te bewateren, want deze mediums drogen wel sneller uit.

Kweek je in een DWC systeem, dan dien je het water op de juiste temperatuur te houden (zie worteltemperatuur) maar ook te beluchten. Beluchten doe je door middel van een aquariumpomp die via een bruissteen constant lucht in het water brengt. Vallend water (een waterval) en water dat in beweging is, brengt ook meer zuurstof in het water. Net als een zuurstoftekort (te veel water, zie water) kun je een tekort aan zuurstof in DWC systemen ook herkennen aan naar beneden gekrulde bladeren.

Laat wortels niet stikken, gebruik luchtige aarde of belucht voedingswater in hydrosystemen. Foto: Ivan Karpov, Shutterstock

[Openingsbeeld:  PHOTO JUNCTION/Kariakin Aleksandr, Shutterstock]
(advertenties)